Stappenplan
Publicatiedatum 22-07-2026 | Laatste update 28-09-2026
Op deze pagina staan 8 praktische stappen voor de vennootschapsbelasting. Onder het stappenplan vind je de uitgeschreven tekst en hyperlinks naar relevante artikelen.

Het stappenplan in tekst en hyperlinks naar relevante artikelen
1. Zorg voor een goede administratie
Het maakt niet uit of de stichting of vereniging aangifte moet doen of niet. Het goed bijhouden van de administratie is altijd belangrijk. Daarmee controleer je of de stichting of vereniging zich houdt aan de fiscale regels. Moet de stichting of vereniging aangifte doen? Dan heb je meteen de gegevens die je daarvoor nodig hebt.
2. Controleer of de stichting of vereniging een onderneming drijft voor de vennootschapsbelasting
Drijft de stichting of vereniging een onderneming? Dan kan het zijn dat zij aangifte vennootschapsbelasting moet doen. Lees je daarom goed in over het drijven van een onderneming. Drijft de stichting of vereniging géén onderneming? Meld je dan bij de Belastingdienst wanneer de situatie verandert.
3. Kijk of er een vrijstelling geldt
Soms drijft de stichting of een vereniging een onderneming maar geldt een vrijstelling. De stichting of vereniging moet altijd aangifte doen als zij daarvoor is uitgenodigd. Óók als een vrijstelling geldt.
4. Controleer of de stichting of vereniging aangifte moet doen
Het kan zijn dat de stichting of vereniging aangifte moet doen voor de vennootschapsbelasting maar niet is uitgenodigd. Controleer dit. Soms moet je zelf vragen om een uitnodiging voor het doen van aangifte.
5. Lees je in over hoe en wanneer je aangifte moet doen
Het doen van de aangifte vennootschapsbelasting kan een uitdaging zijn. Lees je daarom goed in. Bijvoorbeeld over hoe je aangifte kan doen, speciale regelingen voor aftrek van kosten en het aanvragen van uitstel.
6. Heb je een fout gemaakt in de aangifte? Corrigeer dit
Kom je erachter dat je een fout hebt gemaakt in de aangifte? Of ben je iets vergeten? Dan kan je dat zelf corrigeren. Hoe je dat doet hangt af van het moment waarop je de fout ontdekt.
7. Controleer de aanslag vennootschapsbelasting
Wanneer de aangifte door de Belastingdienst is verwerkt, krijgt de stichting of vereniging per brief een aanslag vennootschapsbelasting. Controleer of deze klopt.
8. Doe een tussentijdse toets
Zorg ervoor dat je regelmatig de belastingplicht controleert. Dit noemen wij ook wel een ‘tussentijdse toets’. Doe dit vooral wanneer de situatie van de stichting of vereniging verandert. Zo weet je of de stichting of vereniging aangifte moet doen of juist geen aangifte meer hoeft te doen.