Aangiftetijdvak en inleverdatum
Publicatiedatum 23-07-2026 | Laatste update 23-07-2026
Moet de stichting of vereniging aangifte doen? Dan is het belangrijk om te weten wat het aangiftetijdvak en de inleverdatum van de aangifte zijn. De regels voor het aangiftetijdvak en de inleverdatum van de aangifte kunnen per belastingmiddel verschillen. Zo gelden voor de vennootschapsbelasting andere regels dan voor bijvoorbeeld de omzetbelasting (btw) en de loonheffingen. De regels die gelden voor de vennootschapsbelasting worden hieronder uitgelegd.
Aangiftetijdvak
Het aangiftetijdvak is het tijdvak waarover je de aangifte doet. Voor de vennootschapsbelasting sluit het aangiftetijdvak altijd aan bij het boekjaar van de stichting of vereniging. Vennootschapsbelasting is namelijk een belasting over de fiscale winst in een boekjaar. Het boekjaar is de periode waarover je de jaarrekening maakt.
Boekjaar gelijk aan kalenderjaar of gebroken boekjaar
Vaak is een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar. Dat betekent dat het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Maar een gebroken boekjaar van bijvoorbeeld 1 mei tot en met 30 april mag ook.
Statuten
Het boekjaar voor de aangifte vennootschapsbelasting moet in elk geval gelijk zijn aan het boekjaar zoals genoemd in de statuten van de stichting of vereniging. Staat in de statuten dat het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december? Dan doe je dus aangifte vennootschapsbelasting per kalenderjaar.
Wil je toch een gebroken boekjaar hanteren? Dan moet je eerst de statuten van de stichting of vereniging laten aanpassen door de notaris. Het aangepaste boekjaar in de statuten wordt daarna via de Kamer van Koophandel (KVK) doorgegeven aan de Belastingdienst. Deze zorgt ervoor dat de stichting of vereniging na de aanpassing wordt uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting te doen volgens het nieuwe boekjaar.
Kort boekjaar of verlengd boekjaar
Een boekjaar is meestal een periode van 12 maanden. Maar er zijn situaties waarbij dat niet zo is. Een kort boekjaar (periode korter dan 12 maanden) of een verlengd boekjaar (periode langer dan 12 maanden) kan ook.
Een kort of verlengd boekjaar komt voor bij 3 situaties:
- het eerste boekjaar van een opgerichte stichting of vereniging
- het laatste boekjaar van een opgeheven stichting of vereniging
- het tussenjaar bij een wijziging van het boekjaar in de statuten
De oprichting, opheffing of statutenwijziging van de stichting of vereniging verloopt altijd via de KVK. De Belastingdienst nodigt de stichting of vereniging vervolgens uit om aangifte te doen over het korte of verlengde boekjaar.
Voorbeelden
Het eerste boekjaar van een opgerichte stichting of vereniging
Een vereniging die is opgericht op 1 november 2023 heeft volgens haar statuten een eerste boekjaar dat loopt van 1 november 2023 tot en met 31 december 2024. Dit eerste boekjaar is een verlengd boekjaar.
Het laatste boekjaar van een opgeheven stichting of vereniging
Het bestuur van een stichting met een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar besluit de stichting op te heffen per 1 oktober 2023. Het laatste boekjaar is dan een kort boekjaar dat loopt van 1 januari 2023 tot en met 1 oktober 2023.
Het tussenjaar bij een statutaire wijziging van het boekjaar
Een vereniging besluit het huidige boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar statutair te wijzigen naar een gebroken boekjaar. Dit boekjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus. Het tussenjaar is een kort boekjaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 augustus.

Aangifte voor verkeerd boekjaar
Heeft de stichting of vereniging een uitnodiging gekregen om aangifte te doen voor een verkeerd boekjaar? Bijvoorbeeld voor het kalenderjaar terwijl het een verlengd boekjaar moet zijn? Stuur dan een brief naar het belastingkantoor waar de stichting of vereniging onder valt. Stuur een kopie van de statuten mee.
Inleverdatum aangifte
De uiterste inleverdatum van de aangifte vennootschapsbelasting over een boekjaar hangt af van het soort boekjaar. Hieronder staan voor de verschillende boekjaren de uiterste inleverdatum en een voorbeeld genoemd. Maar je hoeft de uiterste inleverdatum niet zelf uit te rekenen. Deze staat namelijk op de uitnodiging om aangifte vennootschapsbelasting te doen.
Boekjaar dat eindigt op 31 december
Je dient de aangifte in vóór 1 juni van het volgende kalenderjaar. Dit geldt niet alleen voor een boekjaar gelijk aan een kalenderjaar, maar ook voor een kort of verlengd boekjaar. De aangifte voor bijvoorbeeld een boekjaar dat eindigt op 31 december 2023 dien je dus in vóór 1 juni 2024.
Gebroken boekjaar
Je dient de aangifte in binnen 5 maanden na het einde van het gebroken boekjaar. De aangifte voor bijvoorbeeld een gebroken boekjaar dat loopt van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024 dien je dus in vóór 1 oktober 2024.
Kort boekjaar dat eindigt in een andere maand dan december
Je dient de aangifte in vóór 1 april van het volgende kalenderjaar.
De aangifte voor bijvoorbeeld een kort laatste boekjaar dat loopt van 1 januari 2023 tot en met 10 augustus 2023 dien je dus in vóór 1 april 2024.
Verlengd boekjaar dat eindigt in een andere maand dan december
Je dient de aangifte in binnen 5 maanden na het einde van het verlengde boekjaar. De aangifte voor bijvoorbeeld een verlengd eerste boekjaar dat loopt van 1 februari 2023 tot en met 30 april 2024 (gebroken boekjaar) dien je dus in vóór 1 oktober 2024.
Te laat?
Denk je dat je het niet haalt om de aangifte op tijd in te dienen? Dan kan je uitstel aanvragen. Meer hierover lees je op de pagina Uitstel aanvragen.