Vrijstelling niet toepassen
Publicatiedatum 23-07-2026 | Laatste update 21-09-2026
In het artikel Vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst zagen we dat de vrijstelling automatisch geldt als de fiscale winst beneden de winstdrempels blijft. De stichting of vereniging hoeft dus niet om deze vrijstelling te vragen.
Dit betekent ook dat je juist wél in actie moet komen als de stichting of vereniging de vrijstelling niet wil toepassen. Dit omdat toepassing van de vrijstelling nadelig kan zijn. De stichting of vereniging kan bijvoorbeeld te maken krijgen met een fiscale eindafrekening. Of fiscale verliezen die niet met winsten van andere jaren verrekend kunnen worden. Het niet toepassen van de vrijstelling geldt altijd voor een periode van vijf jaren. Meer uitleg lees je onder de kopjes 'Fiscale eindafrekening' en 'Verliesverrekening'.
Verzoek vrijstelling niet toepassen (artikel 6, lid 3-verzoek)
Wil je bijvoorbeeld een fiscale eindafrekening of beperking van verliesverrekening voorkomen? Dan kun je een verzoek indienen om de vrijstelling niet toe te passen. Dit wordt ook wel een artikel 6, lid 3-verzoek genoemd. Dat doe je door een brief te sturen naar het belastingkantoor waar de stichting of vereniging onder valt. Het verzoek moet uiterlijk tegelijk met de aangifte over het betreffende jaar worden gedaan. Het verzoek is ook nog op tijd zolang de definitieve aanslag voor dat betreffende jaar nog niet is opgelegd door de Belastingdienst.
Wordt het verzoek op tijd gedaan? Dan ontvangt de stichting of vereniging een brief van de Belastingdienst. Dit wordt ook wel een artikel 6, lid 3-beschikking genoemd.
In deze beschikking staat uitgelegd in welke jaren de vrijstelling niet wordt toegepast. De stichting of vereniging blijft voor die jaren aangifte vennootschapsbelasting doen zonder dat de Belastingdienst de vrijstelling toepast. Een fiscaal verlies wordt dan wél vastgesteld en is verrekenbaar met winsten van andere jaren. Maar let op, een fiscale winst wordt dan belast met vennootschapsbelasting. Ook als de fiscale winst minder dan € 15.000 is.
Als het verzoek door de Belastingdienst wordt goedgekeurd, dan geldt deze goedkeuring voor minimaal 5 jaar. Trek je het verzoek niet op tijd in? Dan geldt het verzoek opnieuw voor 5 jaar.

Voorbeeld
Een stichting is in 2023 vanwege de hoogte van de fiscale winst vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Maar zij wil de vrijstelling niet toepassen. De bestuurder kan dan het artikel 6, lid 3-verzoek uiterlijk tegelijk met de aangifte vennootschapsbelasting 2023 opsturen. Het verzoek is ook op tijd zolang de definitieve aanslag 2023 nog niet is opgelegd.
Het verzoek wordt goedgekeurd door de Belastingdienst. De stichting ontvangt een brief (beschikking) waarin staat dat de vrijstelling in de jaren 2023, 2024, 2025, 2026 en 2027 niet geldt. De stichting blijft dan voor die jaren aangifte doen. De Belastingdienst legt voor die jaren aanslagen op zonder de vrijstelling toe te passen.
Vanaf jaar 2026 wil de stichting de vrijstelling toch weer toepassen. Dat gaat niet.
Het verzoek intrekken en dus de vrijstelling weer toepassen kan pas vanaf het jaar 2028. Het verzoek geldt namelijk minimaal 5 jaar.
Fiscale eindafrekening
Is de stichting of vereniging in het jaar of de jaren vóór het toepassen van de vrijstelling belastingplichtig (niet vrijgesteld)? Dan kan deze te maken krijgen met een zogenoemde 'fiscale eindafrekening'. Dit betekent dat belasting betaald moet worden over het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde van de ondernemingsbezittingen van de stichting of vereniging. Dit kan dus een reden zijn om een artikel 6, lid 3-verzoek te doen.
Voorbeeld
Een vereniging is al jaren belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De fiscale winst die zij jaarlijks behaalt met ondernemingsactiviteiten is namelijk hoger dan € 15.000. De vereniging heeft een gebouw in eigendom dat wordt gebruikt voor de ondernemingsactiviteiten. Dit gebouw staat op de balans van de vereniging. De boekwaarde van dit pand bedraagt op 31 december 2022: € 275.000. De waarde in het economisch verkeer (werkelijke waarde) van dit gebouw bedraagt op dat moment € 350.000.
In 2023 behaalt de vereniging met haar ondernemingsactiviteiten voor het eerst een fiscale winst lager dan € 15.000. Zij is dan in 2023 vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Doordat de vereniging vóór 2023 belastingplichtig (niet-vrijgesteld) was krijgt zij te maken met een fiscale eindafrekening over het gebouw. De vereniging rekent dan fiscaal af over het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde (350.000 - 275.000). Het verschil van € 75.000 vormt fiscale winst. De fiscale eindafrekening verwerkt de vereniging in de aangifte van het laatste jaar waarin deze niet is vrijgesteld (2022). De vereniging betaalt daardoor in 2022 meer vennootschapsbelasting.
Bezittingen en fiscale afrekening
Het kan zijn dat de vereniging ook over andere bezittingen die op de balans staan fiscaal moet afrekenen.

Verliesverrekening
Een andere reden om een artikel 6, lid 3-verzoek te doen kan te maken hebben met verliesverrekening.
Voorbeeld
Een vereniging behaalt met haar ondernemingsactiviteiten in de jaren 1 tot en met 5 de volgende fiscale winsten en verliezen.
- Jaar 1: € 30.000 verlies
- Jaar 2: € 15.000 winst
- Jaar 3: € 30.000 verlies
- Jaar 4: € 10.000 winst
- Jaar 5: € 60.000 winst
Jaar 1
De vereniging is vrijgesteld van vennootschapsbelasting omdat de fiscale winst niet hoger is dan € 15.000 (1e winstdrempel).
Door de vrijstelling kan het verlies niet worden verrekend met latere winsten. De vereniging verwacht in de toekomst behoorlijke winsten te maken met de ondernemingsactiviteit. De vereniging verzoekt daarom om een uitnodiging voor een aangifte vennootschapsbelasting. Bij het doen van de aangifte over jaar 1 verzoekt de vereniging de vrijstelling niet toe te passen.
Dan wordt de belastingheffing:
Jaar 1
De vereniging behaalt een verlies van € 30.000.
Jaar 2
De vereniging behaalt een winst van € 15.000. Dit wordt verrekend met het bedrag van jaar 1. In totaal is er nog een verlies van € 15.000.
Jaar 3
De vereniging behaalt een verlies van € 30.000. Dit wordt ook verrekend met de bedragen van jaar 1 en 2. In totaal is er een verlies van € 45.000.
Jaar 4
De vereniging behaalt een winst van € 10.000. Dit wordt ook verrekend met de bedragen van jaar 1, 2 en 3. In totaal is er een verlies van € 35.000.
Jaar 5
De vereniging behaalt een winst van € 60.000. Deze winst wordt ook verrekend met het de bedragen van jaar 1, 2, 3 en 4. In totaal is er een winst van € 25.000.
Was het verzoek niet gedaan? Dan betaalde de vereniging in jaar 5 vennootschapsbelasting over € 60.000.
Heeft de stichting of vereniging nog fiscale verliezen uit een periode waarin zij niet is vrijgesteld? Dan blijven deze verliezen wél verrekenbaar met winsten in een volgende periode waarin zij niet is vrijgesteld. Ondanks dat de stichting of vereniging in de tussengelegen periode is vrijgesteld, blijven de (oude) fiscale verliezen dus verrekenbaar. Hierbij gelden de regels voor verliesverrekening.