Vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst
Publicatiedatum 23-07-2026 | Laatste update 21-09-2026
De vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst wordt ook wel de vrijstelling van artikel 6, lid 1 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 genoemd.
De vrijstelling is er voor alle stichtingen of verenigingen die een onderneming drijven. De soort ondernemingsactiviteit is daarbij niet belangrijk. Of de vrijstelling geldt, hangt alleen af van de hoogte van de fiscale winst die de stichting of vereniging behaalt met haar ondernemingsactiviteiten.
Een stichting of vereniging die een onderneming drijft is vrijgesteld van vennootschapsbelasting:
- als de fiscale winst in een jaar niet hoger is dan € 15.000 of
- als de fiscale winst in een jaar hoger is dan € 15.000, maar samen met de fiscale winsten in de voorafgaande 4 jaren niet hoger is dan € 75.000
Controleer altijd eerst of de fiscale winst van de stichting of vereniging in een jaar hoger is dan € 15.000. Dit is de 1e winstdrempel. Is de fiscale winst in een jaar hoger dan € 15.000? Dan pas controleer je of de fiscale winst van dat jaar en de voorafgaande 4 jaren samen hoger is dan € 75.000. Dit is de 2e winstdrempel.
Blijft de fiscale winst in een jaar beneden de winstdrempels? Dan geldt de vrijstelling volgens de wet. De stichting of vereniging hoeft dan niet om deze vrijstelling te vragen. Dit betekent dat je zelf controleert of de fiscale winst in een jaar beneden de winstdrempels blijft. Je kan dit ook door een fiscaal dienstverlener laten doen.
Fiscale winst
Wil je de hoogte van de fiscale winst zelf controleren? Dan is het belangrijk om te weten wat fiscale winst is. De fiscale winst is de winst (het overschot) in een boekjaar volgens de fiscale regels.
Op een winst- en verliesrekening van de stichting of vereniging staat meestal de winst volgens de bedrijfseconomische regels. Deze kan anders zijn dan de fiscale winst. Zo gelden er fiscaal andere regels voor bijvoorbeeld de afschrijving van een gebouw, het reserveren van geld (een voorziening) en het aftrekken van kosten. Door deze verschillen kan de fiscale winst hoger of lager zijn dan de winst volgens de winst- en verliesrekening.
Het is ook belangrijk om te weten wat de ondernemingsactiviteiten zijn. Voor het controleren van de vrijstelling kijk je namelijk naar de fiscale winst die de stichting of vereniging behaalt met ondernemingsactiviteiten. Het ontvangen van donaties en giften zonder tegenprestatie is bijvoorbeeld geen ondernemingsactiviteit. Deze inkomsten en de daarvoor gemaakte kosten tellen dus niet mee bij het berekenen van de fiscale winst. Meer uitleg hierover lees je op de pagina Wanneer is een stichting of vereniging belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?.
Verliezen
Bij het controleren van de 2e winstdrempel zet je de verliesjaren op € 0. Behaalt de stichting of vereniging in de periode van 5 jaar een fiscaal verlies? Dan tel je dat verlies dus niet mee bij het berekenen van de 2e winstdrempel. Het voorbeeld hieronder maakt dit duidelijk.

Voorbeeld
Een vereniging behaalt met haar ondernemingsactiviteiten in de jaren 1 tot en met 5 de volgende fiscale winsten en verliezen.
- Jaar 1: € 30.000 verlies
- Jaar 2: € 15.000 winst
- Jaar 3: € 30.000 verlies
- Jaar 4: € 10.000 winst
- Jaar 5: € 60.000 winst
De jaren 1 tot en met 4
De vereniging is in de jaren 1 tot en met 4 vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Zij behaalt namelijk in elk van deze jaren geen fiscale winst hoger dan € 15.000 (1e winstdrempel).
- De vereniging hoeft vanwege de vrijstelling geen vennootschapsbelasting te betalen over de fiscale winst van jaar 2 en jaar 4.
- Vanwege de vrijstelling is het niet mogelijk om de fiscale verliezen van jaar 1 en jaar 3 te verrekenen met fiscale winsten van andere jaren.
- De vereniging is in deze jaren uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting te doen. Door deze uitnodiging moet zij toch aangifte doen, ook al geldt de vrijstelling. De vereniging ontvangt dan van de Belastingdienst een aanslag waarop het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting € 0 is.
Jaar 5
In jaar 5 is de vrijstelling niet meer van toepassing. Er wordt namelijk niet voldaan aan de 1e winstdrempel en ook niet aan de 2e winstdrempel.
- De fiscale winst van jaar 5 is hoger dan € 15.000 (1e winstdrempel).
- De fiscale winst van jaar 5 is samen met de winsten van de 4 voorafgaande jaren, hoger dan € 75.000 (2e winstdrempel). De fiscale winst bedraagt in die jaren namelijk € 85.000 (€ 15.000 + € 10.000 + € 60.000). De verliesjaren zet je bij deze berekening op 0. Bij het controleren van de 2e winstdrempel trek je de verliezen dus niet af van de winsten.
- De vereniging is in jaar 5 belastingplichtig en moet voor dat jaar aangifte vennootschapsbelasting doen. De fiscale winst van jaar 5 (€ 60.000) wordt dan volledig belast met vennootschapsbelasting. De verliezen uit de jaren 1 en 3 kunnen niet verrekend worden omdat in die jaren de vrijstelling van toepassing was.
- De vereniging is niet uitgenodigd om voor jaar 5 aangifte vennootschapsbelasting te doen. De vereniging vraagt daarom om een uitnodiging. Zij doet dat door een brief te sturen naar het belastingkantoor waar zij onder valt.
Aftrek van fictieve personeelskosten
Komt de stichting of vereniging in aanmerking voor de regeling aftrek fictieve personeelskosten (vrijwilligers)? Dan ga je je bij het controleren van de winstdrempels uit van de fiscale winst na aftrek fictieve personeelskosten.

Stichting of vereniging drijft korter dan 5 jaar een onderneming
Bestaat de stichting of vereniging korter dan 5 jaar? En drijft de stichting of vereniging sinds haar oprichting een onderneming? Dan pas je de winstdrempels van de vrijstelling op dezelfde manier toe als bij een stichting of vereniging die wél al 5 jaar of langer een onderneming drijft. Dat betekent dat je bij het controleren van de 2e winstdrempel blijft uitgaan van € 75.000.
Voorbeeld
Een stichting bestaat pas 2 jaar en drijft sinds oprichting een onderneming. Zij behaalt met haar ondernemingsactiviteiten in deze jaren de volgende fiscale winsten:
- Jaar 1: € 10.000 winst
- Jaar 2: € 40.000 winst
Jaar 1
De vereniging is vrijgesteld omdat de fiscale winst niet hoger is dan € 15.000 (1e winstdrempel).
Jaar 2
De vereniging is vrijgesteld. De fiscale winst is hoger dan € 15.000 (1e winstdrempel) maar de winst van de 2 jaren samen (€ 50.000) is lager dan € 75.000 (2e winstdrempel).
De stichting of vereniging bestaat langer dan 5 jaar
Bestaat de stichting of vereniging langer dan 5 jaar maar drijft zij korter dan 5 jaar een onderneming? Ook dan blijf je bij het controleren van de 2e winstdrempel uitgaan van € 75.000. Je begint dan pas met tellen vanaf het 1e jaar waarin de stichting of vereniging een onderneming drijft. Dat jaar is dan jaar 1.
Voorbeeld
Een vereniging bestaat al 8 jaar, maar drijft pas sinds 3 jaar een onderneming. Zij behaalt met haar ondernemingsactiviteiten in deze jaren de volgende fiscale winsten:
- Jaar 1: € 14.000 winst
- Jaar 2: € 12.000 winst
- Jaar 3: € 20.000 winst
Jaar 1 en 2
De vereniging is vrijgesteld omdat de fiscale winst niet hoger is dan € 15.000 (1e winstdrempel).
Jaar 3
De vereniging is vrijgesteld. De fiscale winst is hoger dan € 15.000 (1e winstdrempel) maar de winst van de 3 jaren samen (€ 46.000) is lager dan € 75.000 (2e winstdrempel).

Vrijstelling niet toepassen
De vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst kan nadelig zijn. De stichting of vereniging kan de Belastingdienst dan vragen om de vrijstelling niet toe te passen. Meer informatie lees je op de pagina Vrijstelling niet toepassen.
Aangifte vennootschapsbelasting
Je moet aangifte vennootschapsbelasting doen als de stichting of vereniging daarvoor is uitgenodigd door de Belastingdienst. Ook al geldt de vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst.
Soms ontvangt de stichting of vereniging geen uitnodiging en moet je toch aangifte vennootschapsbelasting doen. Bijvoorbeeld omdat de vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst juist niet meer geldt.
Meer informatie hierover lees je op de pagina Wanneer moet je aangifte vennootschapsbelasting doen?. Je leest daar ook hoe je de vrijstelling vanwege de hoogte van de fiscale winst toepast in de aangifte vennootschapsbelasting.
Twijfel je?
Twijfel je na het lezen van de uitleg of de stichting of vereniging is vrijgesteld van vennootschapsbelasting? En of je wel of niet namens de stichting of vereniging aangifte moet doen? Dan kun je het volgende doen:
- de activiteiten en inkomsten laten beoordelen door een fiscaal dienstverlener (belastingadviseur)
- de check voor stichtingen en verenigingen invullen
Deze check is een handig hulpmiddel om te controleren of het nodig is om een herbeoordeling van de belastingplicht aan te vragen. Bij een herbeoordeling wordt ook de vennootschapsbelasting beoordeeld. - een verzoek om vooroverleg indienen bij een belastingkantoor
Op de pagina Specifieke situatie lees je hoe je dat doet en waar het verzoek aan moet voldoen.