Voorwaarden onderneming
Publicatiedatum 21-07-2026 | Laatste update 21-09-2026
Een stichting of vereniging is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting als zij een onderneming drijft. Zij is dan alleen belastingplichtig voor de ondernemingsactiviteiten.
De uitleg daarover lees je in het artikel Wanneer is een stichting of vereniging belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?.
Volgens de rechtspraak zijn er 3 voorwaarden voor een onderneming. Als de activiteit van een stichting of vereniging aan alle 3 de voorwaarden voldoet, dan drijft zij met deze activiteit een onderneming. Wordt maar aan 1 of 2 voorwaarden voldaan? Dan drijft de stichting of vereniging géén onderneming. Hierop geldt in sommige gevallen een uitzondering. Meer daarover lees je onder het kopje 'Concurrentiecriterium'.
Hieronder staan de 3 voorwaarden voor een onderneming. Wees ervan bewust dat de uitleg algemeen is. Met deze uitleg is dus niet voor elke stichting of vereniging meteen duidelijk of zij een onderneming drijft. Elke situatie is uniek en moet individueel op basis van de feiten en omstandigheden worden beoordeeld, net als in de rechtspraak.
1. Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid
Is sprake van samenhangende activiteiten of handelingen die gericht zijn op het gemeenschappelijk doel van de stichting of vereniging? Dan is er sprake van een 'duurzame organisatie'. Bijvoorbeeld: de activiteiten van een 3-daags bokbierenfestival en een 1-daags multicultureel evenement werden gezien als een duurzame organisatie. Om een festival of evenement te organiseren is namelijk een reeks van samenhangende activiteiten of handelingen nodig. Denk bijvoorbeeld aan de planning, de voorbereiding, de financiering en de verkoop van kaarten.
Het woord 'duurzaam' gaat dus niet over hoe lang de periode is waarin de activiteiten plaatsvinden, maar over de samenhang van activiteiten die gericht zijn op het behalen van een doel.
Bij deze duurzame organisatie moet er inzet van kapitaal en arbeid zijn. Dat is al snel het geval, want er worden geen voorwaarden gesteld aan de vorm en omvang van het kapitaal en de arbeid:
- Een stichting of vereniging kan haar doel ook bereiken met weinig eigen vermogen (kapitaal). Bijvoorbeeld met een laag banksaldo of met geleend geld.
- Het kan gaan om arbeid van personeel, van bestuurders zonder beloningen, vrijwilligers en zelfstandigen (zzp’ers).
Normaal vermogensbeheer
De arbeid die hoort bij 'normaal vermogensbeheer' is geen arbeid zoals bedoeld in de 1e voorwaarde van een onderneming. Denk bijvoorbeeld aan het houden van een effectenportefeuille of het verhuren van een gebouw en het daarbij uit te voeren normaal onderhoud.

2. Deelname economisch verkeer
Een stichting of vereniging neemt deel aan het economisch verkeer als zij presteert aan derden en daar een vergoeding voor krijgt. 'Presteren' betekent bijvoorbeeld iets verkopen of een dienst verlenen.
Voorbeelden van deelname aan het economisch verkeer zijn:
- Een Oranjevereniging verkoopt tijdens Koningsdag zelfgebakken wafels.
- Een stichting verkoopt kerkelijke attributen (zoals kaarsen en kruisjes) en boeken in een kerk en via een webshop.
- Een natuurstichting verzorgt workshops waar natuurliefhebbers tegen betaling aan kunnen deelnemen.
- Een toneelvereniging verkoopt toegangskaarten voor een toneelvoorstelling.
- Een steunstichting brengt ieder kwartaal een blad uit en verkoopt advertentieruimte aan de plaatselijke ondernemers.
'Derden' zijn de personen of organisaties buiten de eigen kring van de stichting of vereniging. De eigen kring wordt ook wel 'besloten kring' genoemd. Presteert de stichting of vereniging alleen binnen besloten kring en kan de samenstelling van deze kring niet veranderen? Dan is géén sprake van deelname aan het economisch verkeer en dus ook niet van het drijven van een onderneming. De stichting of vereniging is dan niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Besloten kring
Van een besloten kring is niet snel sprake. Dat een vereniging alleen aan leden presteert, betekent niet automatisch dat zij alleen presteert binnen besloten kring. Vaak kan de samenstelling van de leden makkelijk veranderen. Er komen nieuwe leden bij en er zijn leden die hun lidmaatschap stopzetten. In dat geval is geen sprake van een besloten kring.
Een vereniging neemt deel aan het economisch verkeer als zij tegen betaling van een vergoeding presteert aan de individuele leden. Voorbeelden:
- Een vakbondsvereniging geeft juridische bijstand aan een lid tegen betaling van een vergoeding. Deze vergoeding kan ook in de contributie zitten.
- Een dorpshuisvereniging verkoopt tijdens de dorpshuisactiviteiten drankjes en hapjes aan de leden.
Het is niet belangrijk van wie de stichting of vereniging de vergoeding ontvangt, dat hoeft niet altijd degene te zijn aan wie de stichting of vereniging presteert. Zo ontvangt bijvoorbeeld een stichting op het gebied van schuldhulp regelmatig een subsidie van de gemeente. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal personen die de stichting helpt met geldzaken. Hiermee neemt de stichting deel aan het economisch verkeer.

3. Winst behalen (winststreven)
Zijn de activiteiten van de stichting of vereniging gericht op het maken van winst? Met andere woorden: heeft de stichting of vereniging een winststreven? Van een winststreven is sprake als de stichting of vereniging met haar activiteit(en) regelmatig een overschot behaalt.
Regelmatig een overschot behalen wil zeggen dat de stichting of vereniging in meerdere jaren een overschot behaalt. Behaalt de stichting of vereniging in 1 jaar bij uitzondering een overschot en in alle andere jaren niet? Dan is géén sprake van een winststreven. Laten de resultaten over meerdere jaren een schommelend beeld zien terwijl het vermogen van de stichting of vereniging uiteindelijk blijft stijgen? Dan kan wél sprake zijn van een winststreven.
Bij de beoordeling of een stichting of vereniging een winststreven heeft is het volgende niet relevant:
- In de statuten staat dat de stichting of vereniging niet naar winst streeft en dat zij een overschot gebruikt om haar doelen waar te maken.
- De stichting of vereniging gebruikt het overschot om te sparen voor de toekomst.
- De stichting of vereniging werkt met vrijwilligers.
Wat telt, is of de stichting of vereniging daadwerkelijk regelmatig overschotten behaalt. Is dat het geval? Dan heeft de stichting of vereniging een winststreven en wordt voldaan aan de 3e voorwaarde van een onderneming.
Overschotten
Een stichting of vereniging die niet regelmatig overschotten behaalt en dus niet voldoet aan de 3e voorwaarde, kan soms toch belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Meer hierover lees je hieronder bij het kopje 'Concurrentiecriterium'.

Zelf controleren of de stichting of vereniging regelmatig overschotten behaalt
Wil je zelf controleren of de stichting of vereniging met de activiteit(en) regelmatig overschotten behaalt? Hou er dan rekening mee dat het overschot volgens de fiscale regels moet worden berekend. Het overschot noem je dan de fiscale winst. Op de internetsite van de Belastingdienst lees je meer over fiscale winstberekening.
Bij het berekenen van de fiscale winst moet je bijvoorbeeld rekening houden met de volgende regels:
- Soms bepaalt de stichting of vereniging vooraf waar zij het overschot voor gebruikt. Dit heet ook wel winstbestemming. Bij het berekenen van de fiscale winst hou je daar geen rekening mee. Wordt het overschot van de stichting of vereniging bijvoorbeeld gebruikt om een financiële bijdrage te geven of te doneren aan een goed doel? Dan zijn deze uitgaven bij het berekenen van de fiscale winst in een jaar geen aftrekbare kosten.
- Ieder jaar een bedrag opzij leggen (reserveren) voor bijvoorbeeld een jubileumfeest in de toekomst, is volgens de fiscale regels niet altijd toegestaan. Als niet wordt voldaan aan deze regels dan kun je de jaarlijkse reservering bij het berekenen van het overschot niet aftrekken.
- Ontvangt de stichting of vereniging in een jaar donaties (giften)? Dan tel je bij het berekenen van de fiscale winst over dat jaar de ontvangen donaties niet mee. Let op, donaties zijn betalingen uit vrijgevigheid waarbij de gever zelf de hoogte van het bedrag bepaalt en er niets voor terugkrijgt.
Als de stichting of vereniging dus uitgaven of reserveringen in een jaar fiscaal niet als kosten mag aftrekken, dan kan sneller sprake zijn van (hogere) fiscale winst. Bij het weglaten van de ontvangen donaties kan dan juist eerder sprake zijn van géén of lagere fiscale winst.
concurrentiecriterium
Neemt de stichting of vereniging, met een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal, deel aan het economisch verkeer (voorwaarde 1 en 2)? Maar behaalt zij niet regelmatig een overschot (voorwaarde 3)? Dan voldoet zij niet aan alle 3 de voorwaarden voor een onderneming. Maar soms kan een stichting of vereniging door een specifieke regeling toch belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Deze regeling wordt ook wel het 'concurrentiecriterium' genoemd.
Het concurrentiecriterium geldt als een stichting of vereniging met haar activiteit(en) concurrentie vormt voor commerciële ondernemingen die ook deze activiteit(en) verrichten en belastingplichtig zijn. Hierbij is het al genoeg dat de stichting of vereniging concurrentie kan vormen (potentie). Het is dus niet nodig dat er daadwerkelijk concurrentie plaatsvindt.
Voorbeeld
Een stichting organiseert jaarlijks een jazzfestival en verkoopt hier kaartjes voor. Met deze activiteit behaalt zij niet regelmatig een overschot. Toch kan de stichting concurrentie vormen voor organisatoren van dezelfde soort festivals die wél belastingplichtig zijn. De stichting is dan op grond van het concurrentiecriterium belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De stichting is belastingplichtig ondanks dat de activiteit niet voldoet aan voorwaarde 3 van een onderneming.
Concurrentiecriterium
Het concurrentiecriterium speelt géén rol als de activiteiten aan alle 3 de voorwaarden voor een onderneming voldoen. Dan is het dus niet belangrijk of een stichting of vereniging met haar activiteiten wel of niet concurreert.