Handel in de EU
Publicatiedatum 21-07-2026 | Laatste update 22-07-2026
Handreiking over het afnemen van prestaties uit een ander EU-land als jouw stichting of vereniging geen btw-aangifte krijgt uitgereikt
Niet iedereen ontvangt standaard een btw-aangifte. Stichtingen of verenigingen die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten of geen ondernemer zijn, krijgen geen btw-aangifte uitgereikt. Toch kunnen zij in bepaalde situaties wél verplicht zijn om btw-aangifte te doen. In dit artikel wordt uitgelegd in welke gevallen dit nodig is en hoe de aanvraag in zijn werk gaat.
Koopt de stichting of vereniging goederen of neemt deze diensten af uit een ander EU-land? Dan moet je mogelijk zelf een incidentele btw-aangifte aanvragen bij je belastingkantoor.
Uitgangspunt
Uitgangspunt in het vervolg van dit artikel is dat de prestaties worden afgenomen van een ondernemer die in het land waar hij is gevestigd niet onder de kleineondernemersregeling valt en dat de prestaties niet vallen onder de regeling van de afstandsverkopen of de margeregeling.
Aankoop van accijnsgoederen of (bijna) nieuwe vervoermiddelen
Als de stichting of vereniging accijnsgoederen of (bijna) nieuwe vervoermiddelen koopt uit een ander EU-land en deze goederen naar Nederland laat komen, dan moet de stichting of vereniging deze goederen verwerven in Nederland. De verwerving moet de stichting of vereniging aangeven in de btw-aangifte. Omdat de stichting of vereniging niet automatisch een btw-aangifte krijgt uitgereikt, moet zij hierom vragen bij het eigen belastingkantoor. Hoe zij de verwerving moet verwerken in de btw-aangifte lees je in de toelichting bij de btw-aangifte.
Aankoop van overige goederen
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen aankopen van minder of meer dan € 10.000 per jaar.
- Aankopen minder dan € 10.000 per jaar
Als een stichting of vereniging alleen maar btw-vrijgestelde prestaties verricht of geen ondernemer is, dan kan de stichting of vereniging voor maximaal € 10.000 per jaar aan goederen kopen in andere EU-landen zonder dat zij daarvoor in Nederland een verwerving hoeft aan te geven. Ze moet het btw-nummer dan niet verstrekken aan de leverancier. De stichting of vereniging krijgt in dat geval een factuur met buitenlandse btw.
- Aankopen meer dan € 10.000 per jaar
Als een stichting of vereniging voor meer dan € 10.000 per jaar goederen koopt in andere EU-landen, dan zijn de inkopen vanaf de inkoop waarmee de grens van € 10.000 wordt overschreden tot het einde van het volgende jaar intracommunautaire verwervingen. Deze verwervingen moet zij aangeven in de btw-aangifte. Omdat de stichting of vereniging niet automatisch een btw-aangifte krijgt uitgereikt, moet zij hierom vragen bij het belastingkantoor. Hoe de verwerving moet worden verwerkt in de btw-aangifte lees je in de toelichting bij de btw-aangifte.
Een stichting of vereniging kan er ook voor kiezen om al vanaf de 1e aankoop de goederen te verwerven. Om het drempelbedrag niet toe te passen, moet zij een verzoek sturen naar haar belastingkantoor.
Accijnsgoederen en (bijna) nieuwe vervoermiddelen
De hierboven genoemde accijnsgoederen en (bijna) nieuwe vervoermiddelen tellen niet mee voor de berekening van het bedrag van € 10.000. Voor deze goederen moet immers altijd een verwerving worden aangegeven.
Regels gelden ook bij gebruik KOR
Een ondernemer die gebruikmaakt van de kleineondernemersregeling (KOR) verricht vrijgestelde prestaties. De hiervoor beschreven regels gelden dus ook als de stichting of vereniging gebruikmaakt van de KOR.
Meer informatie
Op Doe ik intracommunautaire verwervingen en hoe zit het dan met de btw? kunt je door het invullen van vragen bepalen of de stichting of vereniging btw-aangifte moet doen.
Afname van diensten
Voor diensten geldt geen drempelbedrag van € 10.000. Als een in Nederland gevestigde ondernemer diensten van een buitenlandse ondernemer afneemt die belast zijn in Nederland, dan moet de Nederlandse ondernemer verzoeken om een incidentele aangifte waarop deze de verschuldigde btw aangeeft. Ook als de stichting of vereniging geen ondernemer is, maar wel is geïdentificeerd voor de btw, bijvoorbeeld omdat zij voor meer dan € 10.000 per jaar aan goederen heeft gekocht in andere EU-landen, moet de stichting of vereniging verzoeken om een incidentele aangifte. De stichting of vereniging krijgt van haar buitenlandse leverancier een factuur zonder btw met daarop een aanduiding waaruit blijkt dat de stichting of vereniging zelf de btw moet aangeven (btw-verlegd). Om te bepalen of een dienst belast is in Nederland kun je gebruikmaken van dit hulpmiddel.